Een meisje dat gewend is om alleen te zijn zal anders zijn dan alle andere meisjes van wie je hebt gehouden. Dat kan ik je garanderen. Ze zal de hardste noot zijn om te kraken en haar muren zullen het hoogst zijn.

Want dat zijn ze zo lang geweest: muren.

Ze zijn deel van een wereld die ze voor zichzelf heeft gebouwd, en ja, ze zijn er deels ter bescherming, maar ze zijn ook een deel van haar identiteit.

Ze zijn de allesomvattende schaal van een plek die ze gecreëerd heeft, een leven dat ze gebouwd heeft, een wereld die alleen haar toebehoort. En terwijl het haar beschermt, in stand houdt, haar veilig houdt is het ook simpelweg wat ze kent.

Ruimte maken voor iemand anders gaat moeilijk voor haar zijn, een uitdaging.

Een meisje dat gewend is alleen te zijn zal tegen je zeggen dat ze “je niet nodig heeft”.

Ze zal variaties op “ik kan het zelf” en “maak je geen zorgen” en “ik heb het onder controle” zo vaak roepen dat ze in herhaling valt.

En tot op zekere hoogte is het allemaal waar. Ze kan het waarschijnlijk zelf, je hoeft je geen zorgen te maken en ze heeft het onder controle.

Maar dat ze het zelf kan, dat ze je niet nodig heeft, betekent niet dat ze je niet wil. Dat ze het onder controle heeft, betekent niet dat ze niet wil dat je ziet hoe goed ze er mee omgaat.

Dat ze haar weg alleen bewandelt, betekent niet dat ze geen gezelschap wil.

De waarheid is dat wanneer je een tijdje alleen bent, je op jezelf begint te vertrouwen voor troost, voor een veilige plek. Er is een bepaalde betrouwbaarheid in alleen aan jezelf verantwoording af te hoeven leggen, alleen aan jezelf te hoeven denken, je alleen over jezelf zorgen te hoeven maken.

En al is het soms eenzaam, het is een zachte eenzaamheid. Het is een eenzaamheid die vertrouwd en bijna mooi wordt.

Dus wanneer er iemand nieuw binnenkomt, die alles verandert, is dat onprettig.

Het verandert niet alleen haar wereld, haar routine, maar alles dat ze kent.

En dus zal ze zich aan moeten passen. Je moet meegaan met het getij, geven en nemen. Ze zal bang zijn. Niet alleen omdat ze op haar hoede is om je toe te laten, haar muren te beklimmen en je te verwelkomen in een wereld die eerst alleen van haar was.

Maar ze zal ook bang zijn dat wanneer ze je toe laat, je vertrouwt, ze niet langer op haar gemak zal zijn alleen, maar met jou.

En de intrinsieke angst van op je gemak zijn met een andere persoon is: “maar wat als ze je verlaten?”

Wanneer je van een meisje houdt dat gewend is om alleen te zijn, hou je van een meisje dat bang is dat ze het ooit weer helemaal opnieuw moet leren. Je zegt “laat me binnen”, terwijl zij zegt “ga niet weg”.

Er is een gemak in alleen zijn wanneer je eraan gewend bent, maar eraan gewend raken is vaak een lang gevecht, een moeizame reis, en ze ziet er tegenop dat weer opnieuw te moeten doen.

Dus wanneer je van een meisje houdt dat gewend is om alleen te zijn, wees dan bereid om te blijven. Wees bereid haar hand vast te houden wanneer ze zegt dat ze het zelf kan en laat haar weten dat je haar wilt helpen.

Wees bereid alles over haar leven te leren, haar wereld en dit te respecteren maar er ook deel van te worden.

Wees bereid de muren te beklimmen die ze rond zichzelf, rond haar hart heeft opgetrokken en wees er klaar voor je nooit meer zorgen te maken over wat er zich daarbuiten afspeelt.

Want wanneer je dat doet, zal ze je nooit meer laten gaan.